Ensaladas


07.08

Wie ooit in Spanje, en dan vooral in Andalusië, een religieus feest kon bijwonen, weet dat de grens tussen het religieuze en het profane er moeilijk te trekken is. De uitbundige emoties bij een processie of een passieviering verschillen er nauwelijks van de uitgelatenheid bij een huwelijks­ of oogstfeest. Muziek, dans en theater zijn vaste ingrediënten.

Het genre waarin al die facetten bij uitstek aan bod komen is dat van de ensaladas, homofone quodlibets die heel populair waren in Spanje. “Quodlibet” betekent “wat je maar wil”, en dat wordt in deze composities ook letterlijk genomen. De werken zijn een patchwork van bekende melodieën en teksten in verschillende zuiderse talen en dialecten, met verrassende special effects als klanknabootsingen, woordspelingen en betekenisloze klanken. De teksten bevatten veel humor maar ook passie en dramatiek, en hebben vaak een onderliggende boodschap. De 16e­eeuwse componist Mateo Flecha bracht het recept van de ensalada als muziekdramatisch genre tot een hoogtepunt. Hij schreef tien ensaladas, waarvan we vanmiddag La bomba horen.

Leonardo García Alarcón bouwt het programma van vandaag op als één grote ensalada. Wiegeliederen, liefdesliederen, strijdliederen, rouwgezangen en muziek voor christelijke hoogdagen gaan moeiteloos in elkaar over. Alle stijlen en vormen – van volks tot geleerd – worden tot één groot feest gemaakt. Bovendien wordt er duchtig heen en weer gereisd tussen de 16e en de 18e eeuw. De Spaanse barokcomponisten die vandaag aan bod komen, vormen een al even bont allegaartje. De voor moord veroordeelde José Marin was een van de belangrijkste componisten in het genre van de tonos humanos, seculiere passionele liederen uit het 17e­eeuwse Spanje en Portugal.

Zijn werk kreeg navolging bij componisten als Gaspar Fernandes, Tomás de Torrejón y Velazco en Francisco Valls, die vandaag aan bod komen. De invloed van de Spaanse barokcomponisten oversteeg de lands grenzen ver. Kolonisten verspreidden hun werk in de Nieuwe Wereld en sommige componisten werkten ook zelf een tijdje in Latijns­Amerika. Tomás de Torrejón y Velazco schopte het zelfs tot koormeester aan de kathedraal van de Peruviaanse hoofdstad Lima.

Omgekeerd had het contact tussen culturen ook invloed op de muziek in Spanje. Componisten raakten onder de indruk van de ritmische complexiteit van de traditionele Latijns­Amerikaanse muziek. Mateo Romero was de laatste Vlaamse kapelmeester van de beroemde Capilla Flamenca aan het Habsburgs­Bourgondische hof. Terwijl zijn wulpse Romerico florido nog refereert aan de Spaanse flamencotraditie, haalt hij bij Ay, qué me muero de zelos, inspiratie uit de Zuid­Amerikaanse zamba, een trage Argentijnse dans in driekwartsmaat.

Sebastian Duron was dan weer de belangrijkste theatercomponist van de Spaanse barok. Terwijl hij ook geestelijke muziek componeerde, was zarzuela zijn specialiteit: een lyrische dramavorm die zang, dans en voordracht combineert. La guerra de los gigantes, waaruit we hier enkele delen horen, is een voorloper van de zarzuela-traditie die zich later tot in Cuba populair maakte.

Voor Leonardo García Alarcón evoceert dit programma een verloren gewaande wereld waar de open dialoog tussen verschillende culturen vanzelfsprekend is.

Tomas Bisschop

17:00 | Kerk Lissewege

  • Orgel, spinet & muzikale leiding:
    Leonardo García Alarcón 
  • Ensemble:
    Cappella Mediterraea