Arlecchino Innamorato


07.08

Aan het begin van de 17e eeuw braken Italiaanse componisten radicaal met het muzikale verleden. De polyfone opeenstapeling van gelijkwaardige stemmen maakte plaats voor een nieuwe stijl: de seconda pratica. Zangers en instrumentalisten onderscheidden zich en de individuele expressie kwam op de eerste plaats. Om extreme emoties te kunnen verklanken, ging men componeren voor virtuoze solisten. Marco Mencoboni selecteerde voor dit concert een reeks solomadrigalen en duetten van componisten die een belangrijke rol speelden in de ontwikkeling van die seconda pratica. De composities worden verweven tot een fictief liefdesverhaal, als ode aan de commedia dell’arte.

De commedia dell’arte was een populaire toneelvorm in het Italië van de 16e tot 18e eeuw. Ze ontstond als reactie op de zogenaamde “geleerde komedie” die aan het hof werd opgevoerd en had een volkser karakter. Improvisatie stond centraal, zowel in de ontwikkeling van de plot als bij de handelingen van de acteurs. Muziek, dans, mime, acrobatie en vooral veel humor waren vaste ingrediënten van het spektakel. Arlecchino en Colombina, twee beroemde protagonisten uit dit genre, staan ook vandaag centraal.

Het verhaal dat zich deze namiddag ontspint, begint wanneer het welopgevoede dienstmeisje Colombina beseft dat haar aanbidder, de naïeve stalknecht Arlecchino, toch geen betrouwbare partij voor haar is. Er ontstaat een spel van aantrekken en afstoten, van uitdagen en verleiden dat weerklinkt in liederen vol erotiek en (geveinsd) verdriet. Uiteraard zegeviert uiteindelijk de ware liefde.

Op Claudio Monteverdi’s ‘Bel pastor’ na, horen we vooral werken van minder bekende componisten uit het begin van de 17e eeuw. Giovanni Felice Sances was behalve componist ook een getalenteerde zanger. Tijdens zijn jonge jaren schreef hij bijna exclusief wereldlijke muziek. In 1636 trad hij in dienst van de Weense keizer voor wie hij als hofkapelmeester gedurende meer dan 40 jaar hoofdzakelijk religieus repertoire componeerde. Bartolomeo Barbarino werd vooral beroemd omwille van zijn uitzonderlijke contratenorstem.

Als componist leverde hij een belangrijke bijdrage aan de ontwikkeling van het solomadrigaal. De in Palermo geboren Sigismondo d’India bekleedde verschillende vooraanstaande posities in de entourage van de Medici’s, maar werkte ook in opdracht van de paus. Zijn solomadrigalen getuigen van veel originaliteit, vooral in de expressieve behandeling van de tekst. Tarquinio Merula was organist, violist en componist van zowel religieus als wereldlijk repertoire. Hij werkte enige tijd in dienst van de Poolse vorst Sigismond III, maar keerde op 30­jarige leeftijd terug naar zijn geboortestad Cremona. Terwijl zijn religieuze werken in de extraverte Venetiaanse stijl gecomponeerd zijn, behoren zijn profane monodieën tot de meest subtiele voorbeelden van het genre. Bellerofonte Castaldi was een van de kleurrijkste figuren van zijn tijd en leverde vooral belangrijke bijdragen aan het luit­ en teorberepertoire. Zijn vocale oeuvre beperkt zich tot één uitgave.

Tomas Bisschop

14:30 | Kerk Lissewege

  • Ensemble:
    Cantar Lontano