Divine Madness


10.08

Divine Madness gaat op zoek naar gemeenschappelijke grond tussen de wereld van de Engelse renaissance en die van het Arabische soefisme. In klanken en resonanties, in teksten en thema’s, maar bovenal ook in één gemeenschappelijke emotionele grondtoon: de melancholie.

De zoektocht begint bij de oorsprong. De Engelse dichter Ben Jonson beschrijft in So Beauty on the Waters Stood de schepping als een scheiding: water werd gescheiden van land en de lucht werd van het vuur gescheiden. En uiteindelijk ook de mens van god. Ook Jalalu’ddin Rumi’s bekende tekst over de rietfluit verhaalt van een schepping: de rietfluit kon alleen maar “worden” door te scheiden van het riet. Ziehier de premisse van zowel het soefisme als de inspired melancholy die in de mode was tijdens de regeerperiode van Elizabeth I: het leven is van heimwee doordrenkt. Geen enkele componist verklankte beter het zoete onbehagen dat met de melancholie gepaard gaat dan John Dowland.

In het aardse bestaan vindt de melancholie haar parallel in de onmogelijkheid van een volkomen liefde. Hero en Leander wonen elk aan een kant van de Hellespont: het water tussen hen beiden is letterlijk te diep. Zij zullen elkaar nooit bereiken. Het mooie gedicht van Christopher Marlowe hierover werd in 1628 door Nicholas Lanier op muziek gezet. In Il nous manquait un présent, een tekst van de hedendaagse Palestijnse dichter Mahmood Darwish, is het water eveneens te diep: de afstand tussen twee culturen en de onmogelijkheid om elkaar over die grenzen heen helemaal te verstaan.

Ook de nacht is een belangrijk symbool van de geïnspireerde melancholie. Waar het licht van de dag alles een helder omlijnd aanzien geeft, is de wereld van de nacht vaag en duister. De dag staat in veel teksten symbool voor de ijdele, materiële geneugten van een vergankelijke wereld; de nacht voor het spirituele. Wie zich wil verheffen, kiest voor de nacht. “Sterf vooraleer je sterft”, zeggen de soefisten. Want alleen in het sterven komt de kennis. En zegt niet een ander adagium dat wie wil filosoferen, wie de wijsheid wil minnen, de kunst van het sterven moet leren? “In darkness let me dwell”, omdat alleen in het licht van de dood het leven en de wereld hun ware contouren tonen.

In Divine Madness ontplooit zich aldus een wereld van metaforen die elkaar zijdelings raken en beïnvloeden. Rond dit alles componeerde Thomas Smetryns een hedendaagse visie op de melancholie. 3 Songs of Sighs and Tears voegt een nieuwe tijdslaag aan dit web van reminiscenties toe. Smetryns liet zich immers inspireren door de melancholische levenshouding van de 19e­eeuwse prerafaëlieten, een selecte club Britse kunstenaars die zich afzetten tegen het academisme in de kunst en die wilden terugkeren naar de vermeende eenvoud van de middeleeuwen en de renaissance. Smetryns koos voor zijn liederen diep weemoedige teksten van Christina Rossetti, zijdelings betrokken bij de club van de prerafaëlieten, en Alfred Lord Tennyson, wiens poëzie voor die Britse club een bron van inspiratie vormde.

Naar een tekst van Annemarie Peeters

11:30 | Zolder Oud Sint-Janshospitaal

  • Ensemble:
    Imago Mundi